top of page

Bijgewerkt op: 6 dagen geleden

We spreken te weinig over angst.


In ons persoonlijk leven, maar vooral in het werkleven lijkt niemand het erover te hebben. Niet écht. We vinden dingen 'spannend' en het vaakst hebben we het over 'stress'. 


Maar, stress bestaat niet zonder angst. 


Nee, echt. Ga het maar eens voor jezelf na. Stress ontstaat omdat we een bepaalde uitkomst proberen te vermijden. Op praktisch niveau is dat bijvoorbeeld: het niet halen van een deadline, een klant die niet blij is met je product of een collega teleurstellen. Maar onder die praktische uitkomsten zitten angsten. 


Stel jezelf maar eens de vraag, wat probeer ik koste wat kost te vermijden in mijn werk? En durf dieper te gaan. Waarom? Waarvoor ben je dusdanig bang dat je zó hard je best doet om het te voorkomen?


We zijn bang. Om niet genoeg te zijn, om niet van waarde te zijn, voor gezichtsverlies, om niet erkent en gezien te worden, om teleur te stellen. En ja, dat is kwetsbaar om toe te geven. Maar wát een verademing! 


Want zodra we de angst kunnen zien voor wat die is. Kunnen we ook beslissen of we het ermee eens zijn. Of we ernaar willen handelen. Het geeft bewegingsvrijheid. Angstvallig blijven rennen wordt een keuze. Laat je de uitkomst van je werk bepalen of je goed genoeg bent? Of beslis het zelf? Plots wordt 'nee' zeggen en begrenzen een stuk makkelijker.


Ik pleit ervoor dat we angst niet langer te zien als een zwaktebod. Maar een inherent onderdeel van ons menszijn.


De dappere zijn niet hen die nooit angst ervaren, want wat valt daar de overwinnen? De dappere zijn zij die hun angst durven ontmoeten en alsnog een beweging maken. Maar dan moeten we het wel eerst leren herkennen, erkennen en bespreken.


Ons lichaam communiceert die angst eigenlijk constant. "Jezelf kleinhouden" is niet zomaar een uitspraak. Die bestaat omdat dit exact is wat we geneigd zijn te doen. Bang voor andermans reactie zetten we ons schrap of vast. Waar we bang zijn ons te uiten, spannen onze spieren aan om die uiting af te remmen. Wat denk je dat je gezicht doet als je probeert het "in de plooi te houden".


Waar we bang zijn is dus vaak letterlijk voelbaar is ons lichaam. In de spanning in onze spieren maar ook op andere manieren. We spreken niet voor niets over: "ik heb een knoop in m'n maag", "dat benauwd me", "het grijpt me naar de keel".


Maar zoals ik al zei, er is in onze samenleving niet gek veel ruimte voor angst. Angst is voor kinderen of de zwakken. Dus dat herkennen en erkennen wordt ons niet zo geleerd. Dat is waarom ik er in mijn praktijk ruimte voor maak. Met zachtheid nodigen we óók uit waar je bang bent en jezelf afremt.


Zodat je een keus krijgt: "Wil ik bewegen vanuit angst voor de wereld of vanuit liefde voor mezelf?".

Rouw. We praten er niet vaak over. En als we dat wel doen, hangt er vaak ongemak in de ruimte. De definitie luidt: “zeer groot verdriet, vooral bij het overlijden van iemand” — en ik zou daaraan willen toevoegen: of iets.


Ik geloof dat, als we eerlijk durven kijken, we voortdurend door kleine (of grote) rouwprocessen heen bewegen. Zoals bijvoorbeeld een kans die aan ons voorbijgaat, een hechte vriendschap die langzaam is verwaterd of een versie van onszelf die niet meer bestaat. We zouden rouw overal kunnen herkennen, als we niet zo druk bezig waren met het weg te stoppen ervan.


Ik wil je vertellen over mijn eigen proces met rouw. Over hoe het me heeft gevormd in mijn jongere jaren, hoe ik ervoor ben weggerend, hoe het me onvermijdelijk inhaalde en hoe ik nu, met zo veel liefde over rouw kan spreken.


Rouw heeft waarde, voor mij in ieder geval. En ik geloof dat het waarde heeft voor ons allemaal. Als we leren rouw dicht bij ons hart te houden, worden we beter in staat om zowel het verdriet als de vreugde van de wereld en van onszelf te dragen.


Maar oordeel vooral zelf...


Mijn drie verhalen over rouw, en wat ze mij leerden


Verhaal 1


Ik was zeventien toen ik mijn beste vriend verloor door zelfdoding. Terugkijkend zie ik dat ik toen ook mijn veiligste plek voor emotionele steun verloor. Vaak voelde het alsof ik verdronk in het verdriet en verlies en juist de persoon bij wie ik normaal steun had gezocht, was er niet. Dat voelde ontzettend ontregelend. Mijn omgeving wist zich vaak geen raad met mijn verdriet. Ik kreeg one-liners te horen als “het heeft tijd nodig”, zonder dat er echte aanwezigheid of steun werd geboden. Ik voelde me alleen.


De les ik die ik daaruit trok: Het is beter om alleen op mezelf te vertrouwen. Ik kan beter niet op een ander leunen voor emotionele steun, want als ik die persoon verlies, raak ik mezelf en alles kwijt.




Verhaal 2


Ik was vijfentwintig en zat huilend op de keukenvloer nadat ik verontrustend nieuws had gekregen. Toch stond de intensiteit van mijn verdriet niet in verhouding tot wat er was gebeurd. Ik besefte op dat moment dat ik lange tijd had weggekeken van gevoelens die nu om aandacht vroegen.


Ik vond een therapeut en begon contact te maken met de rouw die al jaren in mijn lichaam leefde, ongezien en ongetroost. Die rouw bleek als een dikke deken over mijn innerlijke wereld te liggen. Ik raakte opgebrand op mijn werk. Rouw toelaten was reinigend. Ik huilde alle tranen die ik eerder niet had durven huilen en ook tranen om het verliezen van een versie van mezelf die altijd productief en extravert was.


Dankzij dat rouwen, kon ik een nieuwe versie van mezelf ontmoeten. De versie van mij die weer begon met schrijven, die imperfectie omarmde en die de moed had om een baan te verlaten die niet bij haar paste. Ook degene die verdriet door haar lichaam kon laten stromen, en kon vertrouwen dat ze oké zou zijn.


De les die ik daaruit trok: Rouw wil gevoeld worden, en het liefst gedeeld. Niet iedereen kan aanwezig zijn bij rouw en dat is oké. Zoek mensen op die dat wel kunnen. Rouw hoeft niet opgelost of beredeneerd te worden. Het wilt gehoord en vastgehouden worden.


In tegenstelling tot wat ik mezelf acht jaar geleden heb verteld, is het oké om op anderen te leunen. Het is een kwestie van de juiste mensen vinden, en die zijn er. Er zullen altijd delen van mij zijn die losgelaten willen worden, en daarmee nodigen ze meteen iets nieuws uit. Rouwen helpt daarbij. Zware emoties zijn net zo belangrijk als lichte.



Verhaal 3


Ik was tweeëndertig en reisde naar Schotland om met schapen te werken. Ik meldde me aan om te helpen tijdens het lammerseizoen, een periode waarin de schapen bevallen van hun lammetjes. Ik keek uit naar hoe mooi dat kon zijn, maar wist ook dat ik te maken kon krijgen met verlies.


Tijdens één van mijn diensten zag ik een schaap dat er slecht aan toe was, ze ademde zwaar. Ik zag meteen dat haar lichaam aan het vechten was. Ik probeerde haar water te geven en haalde hulp, maar binnen tien minuten had ze ons al verlaten.


Een buurman kwam helpen. Een praktische man.“Dit gebeurt nu eenmaal.” Hij nam haar lichaam en sleepte naar een schaduwrijke plek. Daarna liep hij weg, ervan uitgaande dat ik hem zou volgen. In zijn ogen was ons werk tenslotte ‘klaar’. Maar voor mij voelde het niet klaar. Er was geen ruimte geweest voor rouw en afscheid.


Ik hoorde de sociale imprint in mijn hoofd: het is maar een dier, dit hoort erbij, schouders ophalen en verder. Maar het lukte me niet. Ik liep terug naar haar lichaam en ging bij haar zitten. Ik huilde om haar overlijden. Ik voelde mijn machteloosheid over hoe snel het was gegaan. En tot mijn verrassing kwam er dankbaarheid op, vanuit een diepe plek. Dankbaarheid dat ik bij haar had mogen zijn in haar laatste momenten. Dat ik bij haar kon zitten en tegen haar kon praten. En dankbaarheid dat zij had geleefd.


De les die ik daaruit trok: Rouw is eerlijk en krachtig. Het verdient mijn aandacht en mijn zorg. Het vraagt me om de zwaardere kanten van het leven onder ogen te zien. En in die zwaarte ligt verbinding. Als ik geen tijd neem om te erkennen wat sterft, zie ik maar de helft van de werkelijkheid, de helft van ons en de natuur. Rouw wordt draaglijker naarmate ik leer meer van mezelf te houden. Ik weet hoe ik het in mijn lichaam kan dragen. En belangrijker: ik weet hoe ik om steun kan vragen. Rouw is een opening naar diepe verandering en liefde. Rouw brengt verbinding en dankbaarheid. Rouw is een prachtig onderdeel van het leven.



Dit zijn mijn drie rouw-verhalen. En ik ben benieuwd, wat zijn die van jou? Ik hoop dat er mensen zijn in je leven die nieuwsgierig zijn naar jouw rouw. En dat jij er daar zelf één van bent.


Als je je verhaal wilt delen, voel je vrij om dat te doen. Mijn inbox staat open. Hoe dan ook wens ik je liefde, veerkracht en zachtheid voor de rouw die er op dit moment in jou leeft. Wil je graag ruimte geven aan jouw rouwproces of verdriet? Eén van de 3 pijlers van adem & emotioneel lichaamswerk gaat bij mij over rouw.


Op zachte wijze maken we dan contact met het verdriet dat je (al zo lang) bij je draagt. We geven het lichaam en jouw zenuwstelsel de kans om het te verwerken. Zodat het je langzaam, van binnenuit, ontspant. Zodat je bij de juiste mensen kunt vragen om steun, ook met terugwerkende kracht. En zodat je de liefde of dankbaarheid voor dat wat je verloor, ook weer kan gaan voelen.


Een intake plan je hier. Ik zie je graag.

Bijgewerkt op: 21 okt 2025



De afgelopen 6 jaar heb ik me verdiept in de wijsheid van ons lichaam. Niet omdat me dat geinig leek, maar uit pure noodzaak. Ik bevond me aan de vliegende start van een carrière. Maar van de een op de andere dag ontstond er kortsluiting. Mijn energie was op, mijn eindeloze bron aan ideeën stroomde niet meer en wanneer ik rust nam voelde het alsof er iets vreselijk mis zou gaan.


Ik belandde in een burnout en dat is een zegen geweest. Het enige dat hielp om de dag aan te gaan was de signalen van mijn lichaam leren lezen. Wat zegt het? Wat wilt het? Wat wil ik eigenlijk? Wat wil ik eigenlijk als ik het niet bedenk maar voel?


"Nee, wat je nu voelt komt niet goed uit"

En in dat proces kwam ik er ook achter hoe niet geoefend ik daarin was. Met hoe veel vanzelfsprekendheid ik die signalen negeerde omwille van ratio of loyaliteit naar anderen. “Nee, wat je nu voelt komt niet goed uit”, was ik zo gewend om tegen mezelf te zeggen. En ja, als je dat jaren doet, is dat als het oprekken van een elastiek. Je kan er ver in gaan, maar uiteindelijk knapt het. En dan is er niet meer zo veel om de boel bij elkaar te houden.


In het proces van herstel leerde ik zo veel. Over de emoties die ik onderdrukte. Over de moeheid die ik niet serieus nam. Over mijn zenuwstelsel dat paniek voelde als het niet onder hoge druk stond.


Ik moest echt leren om te rusten. Ik moest opnieuw leren te vertrouwen op mezelf. En in dat proces kwam ik steeds dichter bij mijn speelsheid en levensvreugde. Ik verbond me opnieuw met mijn nieuwsgierigheid en stelde mezelf de vraag, ‘wat als ik iedere keuze mag maken uit oprechte nieuwsgierigheid en enthousiasme?’. En plots wenste ik hele andere dingen van het leven.


Dat veelbelovende carrièrepad ging op de schop. Ik liet me omscholen. Werd betere vrienden met mezelf. Leerde alleen te zijn en te voelen dat dat goed gezelschap was.


Nu, 6 jaar later, geef ik massages en lichaamsgerichte begeleiding in mijn eigen praktijk. Ik heb omarmt dat een baan van 9 tot 5 voor mij niet voedend of fijn is. Ik vier mijn verbinding met de rest van de natuur en zie mijn lichaam als een toegang tot die verbinding. Ik neem pauzes, maak fouten, vertrouw op mijn intuïtie en probeer trouw aan mezelf te zijn.


Terugkeren naar die basis, die zoveel zachtheid én stevigheid kan bieden.

Én ik begeleid mensen in dat proces van contact maken met hun lichaam. Terugkeren naar die basis, die zoveel zachtheid én stevigheid kan bieden. Ik werk het liefst met mensen die nieuwsgierig zijn naar zichzelf. Die geloven dat voelen GOUD kan zijn, maar er soms ook moeilijk toegang to krijgen. Die klaar zijn om te vertrouwen op het proces, zichzelf en mijn begeleiding. En die wel houden van een beetje speelsheid en vreugde in die aanpak.


Ik werk graag met je, als je voelt dat dit voor jou is.

bottom of page